Mobiliteit

2013-2023: Mobiliteit in vraag

Gepubliceerd op 01 januari 2023

Net als in 2013 vroegen we onze leden een enquête over mobiliteit in te vullen. We vergeleken de resultaten en merkten dat blinde en slechtziende personen zich vaker verplaatsen, maar dat er nog heel wat werk aan de winkel is!

Eerste vaststelling: onze respondenten verplaatsen zich vaker dan in 2013. 62 % gaat (bijna) dagelijks de openbare weg op. 27,1 % meerdere keren per week en 10,8 % zelden. Kortom, 89 % van de respondenten komt vaak buiten, tegenover 76 % in 2013. Leeftijd en woonplaats beïnvloeden de frequentie. 14,2 % van de 55-plussers gaat zelden de deur uit en de huismussen wonen in niet-stedelijke gebieden, vooral in West-Vlaanderen. Inwoners van het Brusselse gewest zijn het actiefst.

Hoe verplaatsen onze leden zich?

Het openbaar vervoer geniet de voorkeur. In 2013 maakte 53 % van de blinde en slechtziende personen er gebruik van. Dit cijfer is nu gestegen tot 73,2 %, vooral in de leeftijdsgroep 35-54 jaar (85,9 %).
Deze stijging kan gedeeltelijk worden verklaard door een beter aanbod. Sinds 2013 hebben de vier openbaarvervoermaatschappijen inspanningen geleverd voor de inclusie van personen met een handicap. Zo stelden ze allemaal een ‘Toegankelijkheidsverantwoordelijke’ aan en overleggen ze met verenigingen die personen met een handicap vertegenwoordigen. De inclusie van personen met beperkte mobiliteit maakt ook deel uit van de strategische plannen van de exploitanten.

Tot slot maakt 1 op de 5 respondenten gebruik van een assistentiedienst van het openbaar vervoer.

Een bus van MIVB rijdt naar Station Bordet en stopt aan de halte.

Andere vervoersmiddelen

Wie geen gebruik maakt van het openbaar vervoer verplaatst zich meestal (60 %) dankzij vrijwilligers: vrienden, familie, buren, etc. 39 % gebruikt de sociale taxi. 25 % geeft de voorkeur aan de klassieke taxi en 17 % aan de taxibus van MIVB.

Voor verplaatsingen te voet gebruikt 48,6 % van de respondenten (waarvan 75 % blind) een witte stok. In 2013 gebruikte 79 % van de blinde personen een witte stok, een lichte daling dus. Het aanleren kan een lang en vermoeiend proces zijn. Niet iedereen slaagt erin. 5,9 % van onze respondenten heeft een blindengeleidehond (5 % in 2013). 5 % gebruikt een rollator en 4 % een rolstoel.

De auto heeft z’n laatste adem nog niet uitgeblazen. Ook dat blijkt uit onze enquête. 25,5 % van onze respondenten bezit een eigen auto, tegenover 21 % in 2013. 55-plussers zijn met 28,9 % de grootste groep, samen met mensen die in niet-stedelijke gebieden wonen (52,8 %).
Om te parkeren kunnen blinde of slechtziende personen een blauwe parkeerkaart krijgen voor personen met een handicap. Anno 2023 doet zich een nieuw probleem voor: de ScanCar herkent deze kaart niet.

Tot slot neemt ook het aantal fietsers toe: 17,2 % van de respondenten rijdt op een fiets of tandem (tegenover 10 % in 2013). Bijna 1 op de 5 respondenten fietst bijna elke dag, vooral in de leeftijdsgroep 15-34 jaar. Hieruit kunnen we afleiden dat de fiets een volwaardig vervoermiddel is geworden, net als voor zienden, en niet langer alleen een sport- of vrijetijdsmiddel. En dat hoe meer voorzieningen er zijn, hoe meer ze worden gebruikt!

Iemand houdt een smartphone waarop een navigatie-app geopend is

Mobiliteit 2.0

11,4 % van onze respondenten gebruikt navigatie-apps (20,2 % van de blinde personen en 10 % van de slechtziende personen). In 2013 werden ze gebruikt door 10 %. Geen sterke stijging ondanks de digitalisering. Daar zijn verschillende verklaringen voor: de digitale kloof, de kostprijs van een smartphone en de leeftijd van de respondenten. Ze zijn niet altijd geneigd om nog met een smartphone te leren werken. We mogen hier niet vergeten dat andere hulpmiddelen (witte stok, memoriseren van een traject) een veel grotere rol spelen in de veiligheid van een persoon met een visuele handicap op de openbare weg. Tot nu toe slaagt geen enkele app erin een obstakel dat voor hen op de weg ligt te melden, wat dus weinig bijbrengt. Een bijkomend nadeel is dat deze apps volledig via spraak begeleiden, wat betekent dat de gebruiker een koptelefoon nodig heeft, en minder gefocust kan zijn op omgevingsgeluiden.

Veilig op de openbare weg?

In 2013 voelde 64 % van de respondenten zich niet veilig op de openbare weg. De situatie is beter in 2022, het onveilig gevoel wordt gemeld door 54,8 % van de respondenten, vooral vrouwen en 55-plussers. 33,3 % geeft het veiligheidsgevoel een score van 6 tot 7 op 10. 11,9 % van de respondenten geeft een score van 8 op 10 (voornamelijk mannen tussen 15 en 34 jaar).

90,8 % van de respondenten ondervindt regelmatig problemen op de openbare weg door verschillende obstakels. In 2013 was dat 84 %.Toen noemde 15 % van de respondenten reclameborden, slecht geparkeerde auto’s en uitwerpselen van honden als belangrijkste obstakels. 13 % benoemde fietsen, motorfietsen, vuilnisbakken en slecht aangegeven wegwerkzaamheden als voornaamste obstakels. In 2022 steekt één obstakel er met kop en schouders bovenuit: (deel)steps. 22,9 % van de respondenten benoemde ze als het meest problematische obstakel, vooral in Brussel, waar bijna een op de twee respondenten (49 %) ze op nummer 1 zette.

Een vrouw met een witte stok wandelt recht op een deelstep af die in het midden van de straat geparkeerd staat
Om niet tegen een deelstep te botsen is een witte stok en een portie geluk nodig!

Deze nieuwe vervoersmiddelen wekken om twee redenen de woede op van blinde en slechtziende personen. De steps zijn snel en stil, je hoort ze dus niet aankomen. Daarnaast parkeren gebruikers ze ongecontroleerd in het midden van voetpaden, geleidelijnen en noppentegels.

Daarna volgt de slechte staat van het wegdek, dat door 22,7 % als groot obstakel wordt benoemd. Aangehaald door meer dan 40 % van de respondenten in Henegouwen en de provincie Luxemburg. Het derde meest storende obstakel (17,9 %) waren reclameborden. Het vierde obstakel, voor 8,7 % van de respondenten, vooral in Waals-Brabant en de provincie Antwerpen, waren fietsen. Het vijfde obstakel, met 8,4 %, waren vuilniszakken en ander afval. Daarna kwamen slecht geparkeerde auto’s (5,6 %), ongemarkeerde of slecht aangegeven wegwerkzaamheden (5,1 %), hondenpoep (4,2 %) en terrassen van cafés en restaurants (1,4 %).

Nieuw in 2022: elektrische voertuigen

53 % geeft aan vaak hinder te ondervinden van elektrische (deel)steps.34,3 % soms en 12,7 % nooit. 79,2 % wordt vaak gehinderd door elektrische fietsen (nog meer in Brussel en Vlaams-Brabant). 67 % wordt dan weer gehinderd door elektrische scooters. 65 % heeft last van de stille elektrische bussen, auto’s en taxi’s. Volgens Statbel (Belgisch statistiekbureau) is 48 % van de in 2022 geregistreerde nieuwe auto’s hybride of elektrisch. Een realiteit die voor blinde en slechtziende personen hinder veroorzaakt.

Hulpmiddelen op de openbare weg

Net als in 2013 bevroegen we het nut van 3 specifieke hulpmiddelen op de openbare weg. 73 % vond de rateltikkers aan de verkeerslichten nuttig in 2013. In 2022 steeg dat percentage tot 82,7 %. Ook het nut van de noppentegels en geleidelijnen op de grond werd in 2022 nuttiger geacht dan in 2013. Van 55 % naar 70,9 %. 28,9 % acht de infoborden in braille nuttig in 2022. In 2013 was dat 11 %.
Tot slot veranderde er weinig tot niets aan de spontane hulp van voorbijgangers. 49,8 % van de respondenten zegt ‘regelmatig of af en toe’ geholpen te worden op de openbare weg, 50,2 % zegt dan weer ‘zelden of nooit’ geholpen te worden. 28,6 % wordt ‘af en toe’ geholpen, 30,6 % wordt ‘zelden’ geholpen. Ten slotte krijgt 19,6 % van de respondenten ‘nooit’ spontane hulp. Dit geldt vooral voor de leeftijdsgroep 15-34 jaar. Opmerkelijk is dat blinde personen aanzienlijk vaker hulp aangeboden krijgen dan slechtziende personen (76,6 % van de blinde respondenten zegt hulp te krijgen tegenover 45,4 % van de slechtziende personen). De perceptie op deze hulp is een beetje veranderd. In 2013 vond 69 % van de ondervraagden de aangeboden hulp aangenaam en attent, in 2022 is dit 59,8 %. In 2013 vond 13 % de hulp opgelegd, zonder dat ze gevraagd werd. Dit aandeel stijgt tot 21,8 %. Tot slot vindt 18,3 % deze hulp over het algemeen betuttelend, net als in 2013.

Terug naar boven