Blindengeleidehond

Een blind of slechtziend persoon wordt veel zelfstandiger wanneer hij zich heeft leren verplaatsen met een mobiliteitsstok. Een blindengeleidehond kan een extra aanvulling zijn op de witte stok en kan de persoon meer zelfzekerheid geven.

De blindengeleidehond is een vriendelijke en hartverwarmende bondgenoot, maar hij vereist ook een zekere bestaande zelfstandigheid van het baasje. Het is dus noodzakelijk over bepaalde bekwaamheden te beschikken inzake verplaatsing en oriëntatie.

close-up van een geleidehond

Hoe een blindengeleidehond verkrijgen?

Het toekennen van een blindengeleidehond gebeurt niet automatisch. Wanneer een persoon met een visuele handicap de nood voelt om zich te verplaatsen met behulp van een blindengeleidehond, dient hij een bepaalde procedure te doorlopen. 

Hij moet mobiliteitslessen gevolgd hebben en zich op eigen houtje met een witte stok kunnen verplaatsen. Zijn aanvraag wordt tevens geanalyseerd door zowel de maatschappelijk assistente als door de oriëntatie- en mobiliteitsinstructeur en de dresseur. Deze analyses worden uitgevoerd bij de persoon thuis. 

Hoe wordt een geleidehond opgeleid?

De puppy's worden van bij aanvang door de gespecialiseerde dresseurs opgeleid en dus niet binnen een gastgezin, wat de dresseur vanaf het begin de volledige controle over de opleiding geeft. 

  1. Tijdens de eerste fase wordt de puppy opgevoed zoals elke andere jonge hond. Hij krijgt een algemene gewenning, leert zindelijk worden, basiscommando’s uitvoeren en correctiecommando's gehoorzamen. Hij krijgt ook al een voorproefje van de eerste geleidecommando's.
     
  2. Tijdens de tweede fase, die wordt aangepast aan de omgeving, de situatie en de noden van zijn toekomstige baasje, wordt er dagelijks met de hond gewerkt rond zijn toekomstige takenpakket: aanleren geleidecommando's, hindernissen vermijden, begrijpen ondersteunende commando's, aanleren van de door persoon met een visuele handicap opgegeven trajecten, eventueel gebruik van het openbaar vervoer, zelfstandig leiden en leiden op commando. Hij leert ook om het verband leggen tussen zijn harnas en het geleidewerk. Zonder het harnas is hij namelijk een “gewone” hond.
     
  3. Tijdens de derde fase leert de dresseur de hond en het baasje aan om in team te werken. De persoon met een visuele handicap moet vertrouwd raken met de technieken om zich met een blindengeleidehond te verplaatsen. Hond en baasje gaan dan ook, onder toeziend oog van de dresseur, samen op pad om hun specifieke trajecten (bv. de weg van thuis naar het werk) onder de knie te krijgen. Naarmate fase 3 vordert, zal de hond meer en meer tijd doorbrengen bij zijn toekomstig baasje (overnachting, weekend, week). 

Slagen hond en baasje voor de derde fase, dan wordt er overgegaan tot een tijdelijke overhandiging. Dit kan beschouwd worden als een “proefperiode”, tijdens dewelke de dresseur regelmatig langsgaat om het teamwerk te evalueren en bij te sturen indien nodig.

Na een positieve evaluatie wordt er overgegaan tot de definitieve overhandiging. Van dan af zal de dresseur minstens 1 x per jaar langsgaan voor de opvolging van het team.

Het spreekt voor zich dat de persoon echter altijd de dresseur of de Dienst blindengeleidehonden kan contacteren in geval van problemen of voor bijvoorbeeld het aanleren van een nieuw traject.