|
KONINKRIJK BELGIE
FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE
FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID
Albert II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap,
HEBBEN WIJ BESLOTEN EN BESLUITEN WIJ:
Onze Minister van Justitie, Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Onze Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap zijn ermee belast het ontwerp van wet, waarvan de tekst hierna volgt, in Onze naam aan de Wetgevende Kamers voor te leggen en bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers in te dienen:
Artikel 1. – Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Art.2. Artikel 1 van de wet van 16 februari 1954 betreffende de bescherming van de witte stok wordt vervangen door de volgende bepaling:
“Het gebruik van de witte stok, bestemd voor de personen met een visuele handicap, is voorbehouden aan de personen die hetzij voor minstens 60 percent visueel gehandicapt zijn volgens de officiële Belgische schaal ter bepaling van de graad van invaliditeit, hetzij hiervoor een voorschrift krijgen van een geneesheer-specialist in de oogheelkunde krachtens het koninklijk besluit van 25 november 1981 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde en die erkend is in de revalidatie krachtens het koninklijk besluit van 6 maart 1968 tot vaststelling van de modaliteiten en voorwaarden van erkenning van de geneesheren-specialisten in de revalidatie, inzake sociale reclassering van de minder-validen.”
Art.3. De wet van 4 juli 1991 tot bescherming van de slechtzienden en erkenning van de “gele stok” wordt opgeheven.
Gegeven te
Van Koningswege:
De Minister van Justitie,
L. ONKELINX
De Minister van Sociale Zaken en van Volksgezondheid,
R. DEMOTTE
De Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap
G. MANDAILA
|