Ugo Janssens

Mijn bijdrage om blindheid anders te laten ervaren door ziende personen.

Ugo Janssens.

"Ugo Janssens, citoyen d'honneur" (Ugo Janssens, ereburger): één van de krantenkoppen in L'Avenir Luxembourg op 3 februari 2011. In 2010 werd diezelfde Ugo Janssens ook bedacht met de Lion-Francoutprijs. Deze prijs wordt jaarlijks toegekend aan iemand die door zijn moed en activiteiten de bezwaren van zijn handicap te boven komt en zich aldus voor de maatschappij verdienstelijk maakt. 

Ugo Janssens is ook voor de Brailleliga geen onbekende. In 1999 werkte hij volledig vrijwillig mee aan het maken van een twintig minuten durende videofilm "Een dag zoals alle anderen". Deze documentaire wordt vandaag nog steeds gebruikt als inleiding bij de geleide bezoeken van de Brailleliga. Ugo toont er hoe hij zich van bij het opstaan tot het slapengaan uit de slag trekt: boodschappen doen in de supermarkt, de kinderen naar school brengen, eten klaarmaken,.... Als Ugo vandaag terugdenkt aan het maken van deze film, is hij nog steeds onder de indruk van de samenwerking met de cineast. Het doet hem ook terugdenken aan de jeugdjaren van zijn kinderen Hagen en Eline, die ook een rol speelden in het filmpje. Zijn voornaamste motivatie om hieraan mee te werken: ziende personen tonen dat de visuele handicap wel een ernstige handicap is, maar dat men ondanks die handicap toch een grote mate van zelfstandigheid kan bereiken. 

Ugo Janssens is geboren in 1947 in het Antwerpse Kapellen, naar eigen zeggen per toeval omdat het "moederhuis" van Brasschaat volzet was. Ondertussen woont hij echter al vele jaren in de Waalse Ardennen, aanvankelijk in Jevigné-Lierneux en sedert 1998 in Grand-Halleux (Vielsalm). In de jaren '70 krijgt hij oogproblemen en vanaf 1983 is hij volledig blind. Hugo werkte jarenlang als commercieel en marketingdirecteur voor diverse binnen- en buitenlandse bedrijven. Daarnaast heeft hij altijd een grote interesse gehad voor alles wat met sport te maken heeft. Naast het organiseren van de Wereldbeker Driebanden, versloeg hij ook heelwat voetbal- en wielerwedstrijden. Schrijven zat Ugo duidelijk in het bloed en hij begon ook gedichten te schrijven en historische bijdrages voor week- en maandbladen. Het publiceren van een eerste boek bleef dan ook niet uit en in 1989 verschijnt zijn eerste dichtbundel "Myriam".

Nadien is Ugo eigenlijk niet meer gestopt met schrijven en zijn er nog heelwat boeken gevolgd. Zijn non-fictieboek "Historische gids voor België" is de start van een lange reeks. Later volgen in hetzelfde genre nog "De Oude Belgen", "Ces Belges, les plus braves", "De heidenen" en "Vrouwen, van godin tot slavin". Het bijzondere aan deze werken is dat ze gebruikt worden als studiemateriaal voor academici in tal van universiteiten in binnen- en buitenland maar ook voor het grote publiek heel vlot leesbaar zijn. Dat Ugo ook als romanschrijver zijn sporen meer dan verdiend heeft, bewijst volgende uitspraak van minister van Staat Mark Eyskens, nadat deze het eerste deel van de trilogie Het oculatum, “De vrouw met de luifelhoed” gelezen had: “Een boek dat je opent als een fles oude wijn en waarvan de geur je benevelt en de inhoud je fascineert.” Op dinsdag 22 februari 2011 werd het tweede deel van deze trilogie “De zon komt op in het westen” aan pers en publiek voorgesteld in het Stadhuis van Antwerpen op het Schoonverdiep (Leyszaal). 

Wij vroegen Ugo of hij nog speciale toekomstplannen heeft? "Schrijven tot mijn laatste zucht! Ik wil het record breken van schrijvers als Tindemans (86 jaar) en Aster Berkhof (91 jaar)." 

Veel schrijfplezier, Ugo en van harte gefeliciteerd met je onderscheidingen!