Emile Ponnet

"Mensen dienen te weten dat wij ook gevoel voor humor hebben, en dus niet in een zwart gat leven."

Emile Ponnet

In 1981 kwam Emile Ponnet voor het eerst in aanraking met de Brailleliga. Hij volgde er een opleiding in Telefonie en Dactylo. Emile is geboren met een niet volgroeid netvlies en tot de leeftijd van ongeveer 10 jaar kon hij zijn gezichtsbeperking vrij goed camoufleren, maar naarmate hij ouder werd, nam zijn zicht meer en meer af. 

Emile werkte gedurende jaren als vervanger telefonist; één van de enige en weinige jobs die in die tijd bestonden voor personen met een visuele beperking. Hij trouwde, en had een druk gevuld leven. Het was pas jaren later dat hij ook andere diensten van de Brailleliga leerde kennen. Hij schreef zich in in de Brailleclub van Brussel en het was eerder toeval dat Emile een 10-tal jaar geleden werd gevraagd om in te springen bij het bemannen van een stand van de Brailleliga. Het evenement en het contact met de bezoekers beviel hem zo goed, dat hij prompt besloot om vaste vrijwilliger te worden voor de Brailleliga. Hij bemant ondertussen niet enkel tal van standen over het gehele land, maar is tevens gids tijdens geleide bezoeken aan de Brailleliga en het Braillemuseum, en geeft daarenboven af en toe animatiesessies in scholen.

“Aanvankelijk was ik enkel vrijwilliger voor het houden van standen. Het sociale contact en het kunnen verder helpen van personen die hulp nodig hebben, zijn voor mij twee belangrijke motiverende factoren.

Elke stand is verschillend, bij een buitenstand heb je bijvoorbeeld sneller contact met de voorbijgangers dan bij een binnenstand. Binnen kan ik dan weer veel gerichtere informatie meegeven aangezien de bezoekers vaak tot een bepaald type publiek behoren zoals b.v. senioren op 50plus beurzen of personen met een beperking op revalidatiebeurzen. Sommige standen zijn enkel gericht om kinderen te sensibiliseren zoals b.v. tijdens de Gentse Feesten waar zij geblinddoekt boterhammetjes met choco kunnen smeren. Het 'standen houden' is heel divers en daar hou ik enorm van. 

Af en toe geef ik ook animatiesessies in scholen en daarbovenop gids ik sinds een tweetal jaar ook groepen rond tijdens een geleid bezoek aan de Brailleliga of aan het Braillemuseum. Meestal zijn het scholen die ik rondleid, maar soms ook bedrijven of seniorengroepen. Telkens opnieuw tracht ik mij zo goed mogelijk aan te passen aan het publiek. Kinderen kan je namelijk niet uitleggen wat degeneratieve maculadegeneratie is, en volwassen moet je dan weer niet laten kleuren met de geurstiften. Een goed aanpassingsvermogen en goed kunnen luisteren zijn dan ook twee heel belangrijke aspecten om deze taak op zich te kunnen nemen. Je moet in staat zijn om je publiek te betrekken in het gebeuren en hen niet enkel laten luisteren naar wat je te vertellen hebt. Hun feedback en hun vragen zijn even belangrijk.” 

Aangezien Emile reeds van kinds af aan is geconfronteerd met een visuele beperking, staat hij heel sterk in zijn schoenen. Zolang het goed bedoeld is, slaan bepaalde vragen vanuit een onschuldige kindermond hem dan ook niet uit zijn lood. “Als je met kinderen omgaat, is het normaal dat zij soms heel directe vragen stellen. Maar vaak getuigen hun vragen ook van intelligentie en een pure geest, dus heb ik er geen probleem mee. Ik herinner mij een klein meisje dat mij vroeg hoe ik de kaarsjes kan uitblazen op mijn verjaardagstaart. Dat zijn opmerkingen die ik eigenlijk prachtig vind. Heel vaak tracht ik op een creatieve manier te antwoorden, door dezelfde vraag aan hen te stellen. In de meeste gevallen handelt een blinde of slechtziende persoon namelijk op exact dezelfde manier als een ziend persoon. Ook herinner ik mij een kindje wiens bedrukte gezichtje opklaarde toen ik zei dat ik ook gelukkig ben ondanks dat ik niet goed zie. Ik tracht de waas die soms over blind- of slechtziendheid hangt, weg te nemen door mijn verhaal met de nodige humor te brengen. Mensen dienen te weten dat wij ook gevoel voor humor hebben, en  niet in een zwart gat leven. Je voelt dan ook dat op het einde van een sessie of een bezoek er heel wat onduidelijkheden zijn opgehelderd. Ze hebben een bredere kijk gekregen op iets dat voordien nog relatief ongekend was. De dankbaarheid die ik op het einde van een rondleiding ervaar, is niet te beschrijven. Het geeft me weer energie en het gevoel dat ik iets goeds heb gedaan die dag.”